Spring naar inhoud
Daytraders.nl
Tutorial
Gevorderd Technische analyse

RSI verdiept: geavanceerde toepassingen

Hoe de RSI wordt berekend, hoe je hem leest in verschillende trends en wat divergentie betekent, met eerlijke uitleg over de beperkingen.

Leestijd 10 min. Gepubliceerd 15 januari 2026 Bijgewerkt 10 oktober 2026

In het kort: De RSI meet het momentum van de koers op een schaal van 0 tot 100. Deze tutorial gaat ervan uit dat je de basis al kent en verdiept de berekening, het gebruik in een trend en divergentie. De RSI loopt achter op de koers en geeft geregeld valse signalen.

Zie ook het praktijkvoorbeeld in RSI in de praktijk. Deze tutorial legt de theorie uit.

Hoe wordt de RSI berekend?

De RSI (relative strength index) vergelijkt de gemiddelde stijging met de gemiddelde daling over een vaste periode, meestal 14 candles.

  1. Bereken de gemiddelde stijging (alleen de stijgende candles) en de gemiddelde daling (alleen de dalende candles) over 14 perioden.
  2. Deel de gemiddelde stijging door de gemiddelde daling. Dat is de relatieve sterkte (RS).
  3. RSI = 100 − 100 ÷ (1 + RS).

Een voorbeeld: de gemiddelde stijging is €0,60 en de gemiddelde daling €0,40. RS = 0,60 ÷ 0,40 = 1,5. RSI = 100 − 100 ÷ 2,5 = 60. Stel dat de gemiddelde stijging €1,20 is en de daling €0,30: RS = 4 en RSI = 100 − 100 ÷ 5 = 80.

De meeste platforms gebruiken de berekening van J. Welles Wilder, de bedenker van de RSI. Die strijkt de gemiddelden glad, zodat oude koersen langzaam hun invloed verliezen. Je hoeft dit niet zelf uit te rekenen, maar het helpt om te weten dat de RSI niets zegt over de waarde van een aandeel. Hij meet alleen hoe snel de koers bewoog.

Overgekocht en oververkocht

Vuistregel: boven 70 is de markt “overgekocht”, onder 30 “oververkocht”. Dit zijn conventies, geen natuurwetten. In een sterke stijging kan de RSI weken boven 70 blijven terwijl de koers verder stijgt. Wie bij 70 verkoopt, loopt dan een stuk van de beweging mis. Zie 70 en 30 daarom als aandachtspunten en niet als automatisch koop- of verkoopsignaal.

De RSI in een trend

Een veelgebruikte aanpak is de RSI lezen in het licht van de trend. Als vuistregel:

  • In een stijgende trend blijft de RSI vaak ruwweg tussen 40 en 80. Dalingen naar het gebied rond 40 tot 50 worden dan door sommigen gezien als mogelijke instapmomenten.
  • In een dalende trend blijft de RSI vaak ruwweg tussen 20 en 60. Stijgingen naar 50 tot 60 kunnen dan een tegenbeweging zijn.

Dit zijn geen vaste grenzen. Ze verschillen per aandeel, markt en periode. Controleer op een grafiek van jouw markt hoe de RSI zich in eerdere trends gedroeg. Zie ook Voortschrijdende gemiddelden voor het bepalen van de trend.

De lijn bij 50 wordt ook wel als middellijn gebruikt: een RSI boven 50 wijst op meer stijgend dan dalend momentum, eronder op het omgekeerde.

Divergentie

Divergentie betekent dat koers en RSI uit elkaar lopen.

  • Bearish divergentie (dalend): de koers maakt een hogere top, maar de RSI een lagere top. Het momentum van de stijging neemt af.
  • Bullish divergentie (stijgend): de koers maakt een lagere bodem, maar de RSI een hogere bodem. Het momentum van de daling neemt af.

Divergentie is een waarschuwing, geen signaal om meteen te handelen. De koers kan weken doorlopen terwijl de divergentie zichtbaar blijft. Veel handelaren wachten daarom op bevestiging, bijvoorbeeld een breuk van een steunniveau of een omkeerpatroon in een candlestick.

Rekenvoorbeeld (hypothetisch)

Stel: aandeel X maakt een bodem van €30,00 met een RSI van 24. Daarna daalt het naar €29,40, maar de RSI bereikt maar 31 (hogere bodem). Dat is bullish divergentie. De koers stijgt daarna met een duidelijke candle boven €30,60 en je koopt voor €30,70.

  • Stop-loss: €29,20 (onder de laatste bodem). Risico per aandeel: €30,70 − €29,20 = €1,50.
  • Koersdoel bij 2 : 1: €30,70 + 2 × €1,50 = €33,70.

Het kan ook anders lopen: de koers valt door €29,20 en je stop-loss beperkt het verlies tot €1,50 per aandeel. Bepaal je positiegrootte met de positiegrootte-calculator.

Beperkingen

  • Loopt achter: de RSI is berekend uit eerdere koersen. Hij voorspelt niets.
  • Valse signalen in sterke trends: “oververkocht” kan een bodem zijn, maar ook gewoon een koers die blijft zakken.
  • Divergentie kan lang duren: je kunt veel te vroeg zijn, of het signaal komt helemaal niet uit.
  • Instelling en markt: de standaard van 14 is een gewoonte. Een andere periode geeft andere signalen. Optimaliseer niet tot het perfect lijkt op historische data (overfitting).
  • Tijdframe: een RSI op een 5-minutengrafiek geeft veel meer signalen dan op een dagelijkse grafiek, en meer ruis.
  • Niet alleen gebruiken: combineer de RSI met trend, niveaus en een stop-loss. Zie ook Meerdere indicatoren combineren.

Oefenvragen

Probeer ze zelf te beantwoorden. De antwoorden staan in de tekst.

  1. Wat meet de RSI wel en wat niet?
  2. Waarom is “RSI boven 70” geen verkoopsignaal?
  3. Wat is het verschil tussen bullish en bearish divergentie?
  4. Wat is een nadeel van een kortere RSI-periode?

Hoe nu verder?

Test op historische data hoe de RSI op jouw markt reageert, voordat je echt geld inzet. Gebruik daarbij een stop-loss en houd je risico per trade klein met de risico-per-trade-tool.

Reken het zelf uit

Open de volledige rekentool →

Test jezelf

Oefenvragen ter controle van je begrip, geen advies.

  1. Wat meet de RSI?

    • Momentum: de snelheid van de koersbeweging
    • Of een aandeel duur of goedkoop is
    • Hoeveel er is verhandeld
    Bekijk antwoord

    Antwoord:A. Momentum: de snelheid van de koersbeweging

    De RSI vergelijkt de gemiddelde stijging met de gemiddelde daling. Hij zegt niets over de waarde van een aandeel.

  2. De gemiddelde stijging is €1,20 en de gemiddelde daling €0,30. Wat is de RSI?

    • 60
    • 80
    • 40
    Bekijk antwoord

    Antwoord:B. 80

    RS = 1,20 ÷ 0,30 = 4. RSI = 100 − 100 ÷ (1 + 4) = 80.

  3. Waarom is een RSI boven 70 geen verkoopsignaal?

    • Omdat de RSI nooit boven 70 komt
    • Omdat de koers boven 70 altijd daalt
    • Omdat de RSI in een sterke stijging weken boven 70 kan blijven
    Bekijk antwoord

    Antwoord:C. Omdat de RSI in een sterke stijging weken boven 70 kan blijven

    70 en 30 zijn conventies, geen natuurwetten. Wie bij 70 verkoopt, kan een deel van de beweging missen.

  4. De koers maakt een hogere top, maar de RSI een lagere top. Wat is dit en wat kan het betekenen?

    • Bullish divergentie: het momentum neemt toe
    • Bearish divergentie: het momentum van de stijging neemt af, maar zeker is het niet
    • Een verkoopsignaal dat altijd uitkomt
    Bekijk antwoord

    Antwoord:B. Bearish divergentie: het momentum van de stijging neemt af, maar zeker is het niet

    Divergentie is een waarschuwing. De koers kan weken doorlopen terwijl de divergentie zichtbaar blijft.

Veelgestelde vragen

Wat meet de RSI precies?
De RSI (relative strength index, relatieve sterkte-index) vergelijkt de gemiddelde stijging met de gemiddelde daling over een aantal perioden, meestal 14. De uitkomst ligt tussen 0 en 100. Hij meet dus momentum (de snelheid van de koersbeweging), niet of de koers 'duur' of 'goedkoop' is.
Is een RSI boven 70 een verkoopsignaal?
Nee. Boven 70 noemen handelaren de markt 'overgekocht', onder 30 'oververkocht'. In een sterke trend kan de RSI weken boven 70 of onder 30 blijven. Zie het als een waarschuwing dat de beweging fors is geweest, niet als een signaal om te kopen of te verkopen.
Wat is RSI-divergentie?
Bij divergentie maakt de koers een nieuwe top of bodem, maar de RSI niet. Bijvoorbeeld: de koers maakt een hogere top, de RSI een lagere top. Dat kan betekenen dat het momentum afneemt. Het is geen zekerheid; de koers kan gewoon doorlopen.
Moet ik de standaardinstelling van 14 aanpassen?
Niet zonder reden. Een kortere periode (bijvoorbeeld 7) reageert sneller maar geeft meer valse signalen. Een langere periode (bijvoorbeeld 21) is rustiger maar loopt achter. Test aanpassingen op historische data en wees voorzichtig met instellingen die alleen op één periode goed uitpakken.
Kan ik op RSI alleen handelen?
Dat is niet verstandig. De RSI loopt achter op de koers en geeft valse signalen, vooral in sterke trends. Combineer hem met trend (bijvoorbeeld een voortschrijdend gemiddelde), steun en weerstand en een stop-loss.