Spring naar inhoud
Daytraders.nl
Tutorial
Gevorderd Risico en geld

Risico en rendement in balans

Hoe hangen winstpercentage, risico-rendementsverhouding en positiegrootte samen? Met rekenvoorbeelden, het Kelly-criterium en de wiskunde van herstel na verlies.

Leestijd 9 min. Gepubliceerd 15 januari 2026 Bijgewerkt 10 oktober 2026

Je winstpercentage zegt weinig zonder de grootte van je winsten en verliezen. Deze tutorial laat met rekenvoorbeelden zien hoe die samenhangen en waarom de inzet per trade zo belangrijk is.

Deze tutorial bouwt voort op Risicobeheer: de basis.

Winstpercentage en verhouding horen bij elkaar

Je risico-rendementsverhouding is wat je kunt winnen gedeeld door wat je riskeert. Samen met je winstpercentage bepaalt die of je over veel trades winst of verlies maakt.

Het winstpercentage waarbij je precies quitte speelt (zonder kosten) is:

1 ÷ (1 + verhouding)

VerhoudingWinstpercentage om quitte te spelen
0,5:166,7%
1:150%
2:133,3%
3:125%

Kosten, spreads en uitvoerverschillen komen hier nog bij. Je hebt dus in werkelijkheid een iets hoger winstpercentage nodig.

Verwachte uitkomst per trade

De verwachte uitkomst is het gemiddelde resultaat per trade over een lange reeks. Je berekent die zo:

(winstpercentage × gemiddelde winst) − (verliespercentage × gemiddeld verlies)

Voorbeeld A: je riskeert telkens € 100 en wint € 200 als het goed gaat, met 40% winnende trades.

  • 0,4 × € 200 = € 80
  • 0,6 × € 100 = € 60
  • Verwachting: € 80 − € 60 = + € 20 per trade, voor kosten

Voorbeeld B: je wint 60% van je trades, maar je winst is € 50 en je verlies € 100.

  • 0,6 × € 50 = € 30
  • 0,4 × € 100 = € 40
  • Verwachting: € 30 − € 40 = − € 10 per trade

Voorbeeld B wint vaker en verliest toch geld. Een hoog winstpercentage zegt dus niets zonder de grootte van winst en verlies. Let op: dit zijn rekenvoorbeelden. Je weet je echte percentages pas na veel trades, en ze kunnen veranderen.

Een doelkoers kiezen

Kies je doel op basis van de grafiek, bijvoorbeeld een eerder hoogtepunt, en reken dan de verhouding uit.

Voorbeeld: instap € 50, stop € 47, doel € 59.

  • Risico: € 3 per aandeel
  • Mogelijke winst: € 9 per aandeel
  • Verhouding: 9 ÷ 3 = 3:1

Is de verhouding laag, dan kun je de trade overslaan. Probeer niet de doelkoers hoger te zetten om de verhouding mooier te maken. Gebruik de risico-rendement-calculator om scenario’s te vergelijken.

Meebewegende stop

Een meebewegende stop (trailing stop) schuift mee met de koers omhoog. Voorbeeld: instap € 100, stop € 95, dus € 5 risico. De koers stijgt naar € 112 en je stop volgt op € 5 afstand, dus € 107. Wordt die geraakt, dan sluit je met € 7 winst. Dat is 1,4 keer je oorspronkelijke risico.

Dit beschermt winst, maar kan je ook uit een stijgende koers halen bij een gewone terugval. Welke aanpak beter werkt, hangt van je strategie af. Test het in je dagboek.

Hoeveel zet je in? Het Kelly-criterium

Het Kelly-criterium is een formule uit de wiskunde die laat zien welk deel van je kapitaal je bij een bekend voordeel per trade kunt inzetten:

f = W − (1 − W) ÷ R

W is je winstpercentage, R je verhouding van winst op verlies.

Voorbeeld: W = 45% en R = 2.

  • f = 0,45 − 0,55 ÷ 2 = 0,175, dus 17,5% van je kapitaal

Dat lijkt hoog, en dat is het ook. De formule heeft twee grote nadelen:

  • Je kent W niet echt. Als je werkelijke winstpercentage 35% is in plaats van 45%, wordt f nog maar 2,5%. Bij 30% wordt f negatief: er is dan geen voordeel meer.
  • Volledige Kelly geeft grote schommelingen in je rekening.

Daarom gebruiken mensen die ermee werken vaak hooguit een deel van de uitkomst, bijvoorbeeld de helft (8,75% in het voorbeeld). Probeer zelf cijfers in de Kelly-calculator. Voor de meeste beginners is een klein vast percentage, zoals in Risicobeheer: de basis, een veel veiligere keuze.

Waarom herstel na verlies zo lastig is

Verlies en herstel zijn niet symmetrisch. Het benodigde herstel is verlies ÷ (1 − verlies):

VerliesNodig om terug te zijn op beginbedrag
10%11,1%
20%25%
30%42,9%
50%100%

Daarom is het zo belangrijk je verliezen klein te houden. Reken met de drawdown-calculator je eigen situatie door.

Totaal risico over alle posities

Tel het risico van alle open posities op. Vijf posities met elk 1% risico betekent 5% totaal risico. Posities die samen bewegen, zoals aandelen uit dezelfde sector, tellen bijna als één positie. Meer daarover lees je in Portfolio basics: spreiden van risico.

Samenvatting

  • Een winstpercentage heeft alleen betekenis samen met de grootte van winst en verlies.
  • Bereken de verwachte uitkomst met je eigen dagboekcijfers, niet met aannames.
  • Houd verliezen klein: herstel kost steeds meer naarmate het verlies groeit.
  • Het Kelly-criterium is een leermodel. Het hangt af van schattingen die je zelden precies kent.
  • Houd een handelsdagboek bij om je cijfers te controleren.

Reken het zelf uit

Open de volledige rekentool →

Test jezelf

Oefenvragen ter controle van je begrip, geen advies.

  1. Je mikt op een verhouding van 3:1. Welk winstpercentage heb je nodig om quitte te spelen, zonder kosten?

    • 50%
    • 33,3%
    • 25%
    Bekijk antwoord

    Antwoord:C. 25%

    De formule is 1 ÷ (1 + verhouding). Bij 3:1 is dat 1 ÷ 4 = 25%.

  2. Je wint 60% van je trades, gemiddeld € 50 winst, en verliest 40% met gemiddeld € 100 verlies. Wat is de verwachte uitkomst per trade?

    • + € 10
    • − € 10
    • + € 30
    Bekijk antwoord

    Antwoord:B. − € 10

    0,6 × € 50 = € 30 en 0,4 × € 100 = € 40. Verwachting: € 30 − € 40 = − € 10 per trade. Een hoog winstpercentage zegt niets zonder de grootte van winst en verlies.

  3. Instap € 100, stop € 95. De koers stijgt naar € 112 en je meebewegende stop volgt op € 5 afstand. Je stop wordt geraakt. Hoeveel winst per aandeel maak je?

    • € 5
    • € 7
    • € 12
    Bekijk antwoord

    Antwoord:B. € 7

    De stop staat dan op € 107. Sluit je daar, dan is de winst € 107 − € 100 = € 7 per aandeel, 1,4 keer je oorspronkelijke risico van € 5.

  4. Je verliest 30% van je rekening. Hoeveel herstel heb je nodig om weer op het beginbedrag te komen?

    • 30%
    • 35%
    • 42,9%
    Bekijk antwoord

    Antwoord:C. 42,9%

    Het benodigde herstel is verlies ÷ (1 − verlies) = 0,30 ÷ 0,70 = 42,9%. Verlies en herstel zijn niet symmetrisch.

  5. Wat zegt de tutorial over het Kelly-criterium?

    • Het is een leermodel dat afhangt van schattingen die je zelden precies kent
    • Het geeft een vast percentage dat je altijd moet inzetten
    • Het werkt alleen als je winstpercentage onder 30% ligt
    Bekijk antwoord

    Antwoord:A. Het is een leermodel dat afhangt van schattingen die je zelden precies kent

    Je kent je winstpercentage niet echt, en een kleine fout kan een veel te grote inzet geven. De tutorial noemt Kelly daarom een leermodel, geen instructie.

Veelgestelde vragen

Welke risico-rendementsverhouding moet ik minimaal nastreven?
Er is geen vast minimum. Het hangt af van je winstpercentage. Bij 1:1 moet je meer dan de helft van je trades winnen om winst te maken, bij 2:1 iets meer dan 1 op de 3, zonder kosten. Kosten en uitvoerverschillen verhogen die grens. Meet daarom in je eigen dagboek wat je werkelijk haalt.
Hoe bepaal ik mijn doelkoers?
Kijk naar de grafiek: een eerder hoogtepunt of weerstandsniveau is een logisch doel. Reken daarna uit wat de verhouding is met je stop. Is die te laag, dan kun je de trade overslaan. Pas de doelkoers niet aan om de verhouding mooier te maken, want de markt let daar niet op.
Wat doet een meebewegende stop met mijn verhouding?
Een meebewegende stop (trailing stop) volgt de koers omhoog en beschermt een deel van je winst. Het nadeel is dat een gewone terugval je eruit kan halen voordat de koers je doel bereikt. Je behaalde verhouding is daardoor vaak lager of juist hoger dan gepland. Test dit op papier of in je dagboek.
Moet ik het Kelly-criterium gebruiken?
Het is een rekenmodel dat laat zien welk deel van je kapitaal je kunt inzetten bij een bekend voordeel. In de praktijk ken je je winstpercentage niet precies. Een kleine fout in je schatting kan een veel te grote inzet geven. Veel mensen gebruiken daarom hooguit een deel van wat de formule aangeeft. Zie het als leermiddel, niet als instructie.