In het kort
- Een ETF is een fonds dat op de beurs wordt verhandeld en meestal een index volgt.
- Een ETF spreidt je geld over veel bedrijven. Daardoor hangt je resultaat minder af van één aandeel.
- Een ETF volgt de markt. Daalt de hele markt, dan daalt je ETF ook.
- Obligatie-, goud- en aandelen-ETF’s gedragen zich verschillend. Geen enkel type is zonder risico.
- Kosten, spread en afwijking van de index (tracking) bepalen mee wat je overhoudt.
Wat is een ETF?
ETF staat voor Exchange Traded Fund: een beleggingsfonds dat je op de beurs koopt, net als een aandeel. De meeste ETF’s volgen een index, zoals de AEX of de S&P 500. De ETF bezit dan (bijna) alle bedrijven uit die index. Met één aankoop belegg je dus in tientallen of honderden bedrijven. Meer uitleg vind je op de pagina over ETF’s en in het woordenlijst-item.
Wat doet spreiding wel?
Spreiding (diversificatie) betekent dat je je geld verdeelt over meerdere beleggingen. Gaat het slecht met één bedrijf, dan raakt dat je ETF maar voor een klein deel. Dat verkleint het risico van één slechte keuze. Lees meer in de tutorial over portefeuille en diversificatie.
Wat doet spreiding niet?
Spreiding binnen één index haalt het marktrisico niet weg. Marktrisico is het risico dat de hele markt daalt. Stel dat je een ETF op een brede aandelenindex hebt en alle aandelenmarkten dalen tegelijk. Dan daalt je ETF mee, want bijna alle bedrijven in de index worden minder waard. In onrustige tijden bewegen aandelen bovendien vaak in dezelfde richting. De spreiding werkt dan minder goed dan je zou hopen.
Dit voorbeeld is fictief: een index daalt in een half jaar met 30%. Een ETF die die index volgt, daalt ongeveer net zoveel. Een ETF is dus geen vangnet. Hij is een manier om marktrisico breed te dragen.
Verschillende soorten ETF’s, verschillend gedrag
Niet elke ETF gedraagt zich hetzelfde bij onrust:
- Aandelen-ETF’s schommelen mee met de aandelenmarkt. Een ETF op één sector, zoals technologie, schommelt vaak sterker dan een ETF op de hele wereld.
- Obligatie-ETF’s beleggen in leningen van overheden of bedrijven. Ze schommelen vaak minder dan aandelen, maar kunnen toch dalen, bijvoorbeeld als de rente stijgt of als een bedrijf zijn lening niet terugbetaalt.
- Goud-ETF’s volgen de goudprijs. Goud wordt soms gezien als stabiel, maar de prijs kan ook sterk dalen en het goud levert geen rente of dividend op.
- Dividend-ETF’s beleggen in bedrijven die dividend uitkeren. Dividend is niet zeker: bedrijven kunnen het verlagen of schrappen. De koers van zo’n ETF kan ook dalen.
Bekijk dus altijd waarin een ETF belegt. De naam zegt dat niet altijd genoeg.
Wat gebeurt er bij hevige onrust?
Drie praktische punten:
- Liquiditeit. Liquiditeit is hoe makkelijk je iets kunt kopen of verkopen zonder dat de prijs veel verandert (zie liquiditeit). Grote ETF’s op bekende indices zijn meestal goed te verhandelen. Kleine ETF’s of ETF’s op minder verhandelde markten kunnen minder goed te verhandelen zijn.
- Spread. De spread is het verschil tussen de koop- en de verkoopprijs. Bij onrust wordt de spread vaak groter. Dan betaal je meer om in of uit te stappen. Lees meer in de tutorial over bied- en laatkoersen.
- Prijs en onderliggende waarde. Een ETF heeft een onderliggende waarde: de waarde van alle beleggingen erin. De beursprijs kan daar tijdelijk van afwijken, zeker als de onderliggende markt gesloten is of snel beweegt.
Ook de volatiliteit, de mate waarin koersen schommelen, is bij onrust hoger. Dat geldt ook voor ETF’s.
Kosten en tracking
Een ETF kost geld, ook als je niets doet:
- Lopende kosten (TER). Dit is een jaarlijks percentage dat het fonds van het vermogen houdt. Je ziet het niet op je rekening: het zit in de koers.
- Transactiekosten en spread. Je broker kan kosten rekenen voor het kopen en verkopen. Vergelijk dit op de brokervergelijking.
- Tracking. Tracking is hoe dicht de ETF de index volgt. Er is meestal een klein verschil, onder meer door kosten. Dit staat in de documenten van de ETF.
Lees voor je koopt het basisinformatiedocument (KID) van de ETF. Daarin staan de kosten, de risico-indicator en de doelgroep.
Hoe kun je met onrust omgaan?
Er is geen methode die verlies uitsluit. Een aantal gewoonten helpt wel om bewuster te beleggen:
- Bepaal vooraf hoeveel verlies je kunt dragen. Kijk daarbij naar je beleggingshorizon: hoe lang kun je het geld missen?
- Houd rekening met je risicoprofiel. Zie risicobeheer.
- Leg regelmatig een vast bedrag in. Dit heet gespreid instappen. Het voorkomt niet dat je verlies lijdt, maar je hoeft niet het juiste moment te raden.
- Kijk af en toe of je verdeling nog klopt. Dit heet herbalanceren. Dit kan kosten met zich meebrengen.
Toezicht zegt niets over rendement
ETF’s die je in de EU aan particulieren mag verkopen, moeten aan regels voldoen en een KID hebben. Toezicht zorgt voor duidelijke informatie. Het beschermt je niet tegen koersverlies.
Conclusie
Een ETF is een handig, breed en vaak voordelig hulpmiddel om te beleggen. Maar een ETF blijft een belegging met risico. Hij daalt als zijn markt daalt, kost geld en kan bij onrust duurder zijn om te verhandelen.
Beleggen brengt risico’s met zich mee en je kunt je inleg geheel of gedeeltelijk verliezen. Dit artikel is algemene educatie en geen beleggingsadvies.